Gedurende het grootste deel van de 19e eeuw was Chickering de grootste pianofabrikant van Amerika. De fabriek in Boston, geopend in 1853 na een verwoestende brand in de oude vestiging, was op dat moment het grootste gebouw in de Verenigde Staten na het Capitool in Washington. Het was een toonbeeld van modernisering, waar stoommachines en vroege industrialisatie hand in hand gingen met ambachtelijk handwerk.
De internationale erkenning bereikte een hoogtepunt tijdens de Wereldtentoonstelling van 1867 in Parijs. Hier won Chickering de hoogste onderscheidingen, waarbij C. Frank Chickering zelfs werd benoemd tot Ridder in het Legioen van Eer door Napoleon III. Deze periode markeerde de felle concurrentiestrijd met Steinway & Sons; een rivaliteit die de innovatie in de gehele industrie naar ongekende hoogten stuwde. Terwijl Steinway koos voor een briljante, projecterende klank, bleef Chickering trouw aan een meer “vocale” en rijke toonstructuur, vaak met een complexe harmonische diepte in de bassen.
In de 20e eeuw onderging het bedrijf diverse organisatorische verschuivingen. In 1908 werd Chickering onderdeel van de American Piano Company (Ampico), een conglomeraat dat ook merken als Knabe en Mason & Hamlin beheerde. In 1932 fuseerde dit bedrijf met de Aeolian Company tot de Aeolian-American Corporation. De productie verhuisde naar East Rochester, New York. Hoewel de kwaliteit in deze jaren nog steeds hoog was, begon de focus te verschuiven naar schaalvergroting. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de productie tijdelijk gestaakt om militaire goederen te fabriceren. Na de oorlog had het merk, net als veel andere traditionele Amerikaanse bouwers, moeite om te concurreren met de opkomst van de Japanse markt en de veranderende consumentenvoorkeuren.
In 1985 werd het merk gekocht door de Wurlitzer Company, en kort daarna kwam het in handen van de Baldwin Piano & Organ Company. Onder Baldwin werd Chickering gepositioneerd als een submerk, waarbij de instrumenten vaak gebaseerd waren op Baldwin-ontwerpen in plaats van de originele Chickering-schalen. De laatste piano’s met de naam Chickering werden rond 2009 geproduceerd, kort voordat de moedermaatschappij (Gibson Guitar Corporation, die Baldwin had overgenomen) de productie van staande piano’s en vleugels in de VS grotendeels beëindigde.
Chronologie
-
1823: Jonas Chickering en James Stewart richten het bedrijf op in Boston.
-
1830: Chickering wordt de enige eigenaar; focus op innovatie van het frame.
-
1837: Eerste patent voor een volledig ijzeren frame voor tafelpiano’s.
-
1843: Patent voor het uit één stuk gegoten ijzeren frame voor vleugels (een mijlpaal in de pianobouw).
-
1852: De fabriek wordt volledig verwoest door brand.
-
1853: Opening van de nieuwe, kolossale fabriek aan Tremont Street, Boston.
-
1853: Overlijden van Jonas Chickering; zijn zonen nemen de leiding over.
-
1867: Grote triomf op de Wereldtentoonstelling in Parijs.
-
1875: Introductie van de “circular scale” voor betere snaarspanningverdeling.
-
1908: Chickering treedt toe tot de American Piano Company.
-
1923: Viering van het 100-jarig bestaan; productie van speciale jubileummodellen.
-
1932: Fusie tot de Aeolian-American Corporation; verhuizing naar East Rochester.
-
1942-1945: Productie van onderdelen voor defensie tijdens WOII.
-
1982: Aeolian-American gaat failliet; merk wordt verkocht.
-
1985: Baldwin koopt de rechten op de naam Chickering.
-
2009: Definitieve stopzetting van de productie onder de vlag van Baldwin/Gibson.