Oorsprong en oprichting van Bechner
De historische oorsprong van de productiefaciliteit achter Bechner dateert van 1901, toen de Chernigov Musical Instrument Factory in Oekraïne werd opgericht. In de vroege decennia was deze fabriek vermaard om de productie van hoogwaardige volksinstrumenten zoals balalaika’s en mandolines. Na de Tweede Wereldoorlog, rond 1950, startte de fabriek met de grootschalige productie van piano’s onder staatsmerken zoals Ukraina, Cherny en het bekende Tchaika.
De specifieke merknaam “Bechner” is echter een later commercieel initiatief van de Nederlandse ondernemer Jan van Urk. In 1994 deponeerde de Van Urk Group deze naam als handelsmerk. De filosofie was om de enorme, maar na de val van het IJzeren Gordijn kwakkelende, productiecapaciteit in Tsjernihiv te benutten voor de westerse markt. Van Urk trad hierbij op als een moderne “curator”: hij nam de bestaande Oekraïense basistechniek van de Tchaika-modellen en liet deze naar eigen specificaties aanpassen. Hoewel de fabriek dus een traditie van bijna een eeuw kende, was de naam Bechner een marketinginstrument om deze instrumenten een Europees en degelijk imago te geven dat aansloot bij de behoeften van de Nederlandse pianostudent.