Steinway bouwt vandaag op twee locaties die elk een eigen traditie en klankcultuur hebben. In Astoria, Queens (New York) staat de Amerikaanse fabriek, met een geschiedenis die teruggaat tot de 19e eeuw en waar het merk een eigen gieterij en houtvoorraad beheert. In Hamburg, geopend in 1880, werd de Europese tak opgebouwd met vergelijkbare processen, maar met subtiele verschillen in houtselectie, hamers, voicing en afregeling. Daardoor spreken kenners soms van een “New York sound” (donker, zangerig, met veel kern) tegenover een “Hamburg sound” (helder, sprankelend, met uitgesproken projectie). In beide fabrieken blijft het aandeel handwerk hoog: het buigen van het massieve rim met meerdere lagen esdoorn, de opbouw van zangbodem en kammen, het plaatsen van het gietijzeren frame, het intoneren van de hamers en de eindregulatie van het mechaniek.
Door de compacte modelreeks is de herkenbaarheid groot. De upright K-132 (K-52 in de VS) is 132 cm hoog en staat bekend om een “vleugelachtige” respons. De vleugels lopen van de S-155 (5’1”) en M-170 via O-180 en A-188 naar de iconische B-211 (studio en kleine zaal), de C-227 (semi-concert; vooral Hamburg) en het vlaggenschip D-274 dat men in grote zalen en op concoursen aantreft. In de 20e eeuw werd de L-179 in New York gebouwd als alternatief voor de O; later keerde de O-180 als standaard terug. Veel oudere instrumenten (A-, B-, C-, D-modellen uit de jaren 20–60) worden vandaag gereviseerd door gespecialiseerde ateliers – een aparte markt met grote prijsbandbreedtes afhankelijk van originaliteit en kwaliteit van de revisie.
Om ook lagere prijsklassen te bedienen, introduceerde Steinway in 1992 de Boston-lijn (ontwerp door Steinway, bouw door Kawai in Japan en later ook Indonesië). Boston biedt moderne schaalontwerpen en hoogwaardige industriële bouw, gericht op conservatoria en gevorderde amateurs die (nog) niet naar een Steinway kunnen of willen. In het instap/mid-segment volgde Essex (rond 2001), aanvankelijk gebouwd door Young Chang en later ondergebracht bij Pearl River in Guangzhou. Essex is breder geprijsd, met ruime keuze in kasten en stijlen, en gebruikt waar zinvol bouwprincipes uit de Steinway-filosofie. Tot slot bracht Steinway in 2015 Spirio/Spirio-r op de markt: high-resolution playerpiano-technologie die opname en weergave op zeer hoog niveau mogelijk maakt op volwaardige Steinway-vleugels.
CHRONOLOGIE — MIJLPALEN
• 1853 – Oprichting Steinway & Sons in New York.
• 1860s–1870s – Patenten op overstrung scale, duplex-scale en capo d’astro-bar; basis voor moderne projectie en sustain.
• 1878 – Introductie éénstuk gebogen rim (continuous bent rim) voor stevige kast en klankfocus.
• 1880 – Opening Hamburg-fabriek; start Europese productie.
• 1890s – Uitbouw eigen gieterij en “Steinway Village” in Queens.
• 1900–1914 – Modelreeks met A, B, C, D gestandaardiseerd; opmars naar concertzalen.
• 1911 – M-170 in productie; compacte vleugel met volwassen toon.
• 1920s – Model O-180 en L-179 (New York) in roulatie; variaties per fabriek.
• 1930s – Diaphragmatic soundboard en Accelerated Action verfijnen respons en dynamiek.
• 1950s–1960s – Wereldwijde conservatoria adopteren B-211 en D-274 als standaard.
• 1972 – Overname Steinway door CBS; verdere industrialisatie, later weer heroriëntatie op ambacht.
• 1992 – Lancering Boston (designed by Steinway; gebouwd door Kawai in JP/ID).
• 2001 – Intro Essex (designed by Steinway; initieel Young Chang, later Pearl River in CN).
• 2015 – Intro Spirio/Spirio-r high-resolution playerpiano op echte Steinway-vleugels.
• 2010s–heden – Continue verfijning hamersets, voicing en hardware; focus op duurzaamheid en traceerbaarheid van hout.