Oorsprong en oprichting van August Förster
Het verhaal van August Förster begint in 1859, toen de jonge orgel- en pianobouwer August Förster in het Saksische Löbau zijn eigen werkplaats opende. In een tijd waarin Saksen al een rijke traditie kende op het gebied van muziekinstrumenten, wist Förster zich te onderscheiden door vanaf het begin te kiezen voor hoogwaardige materialen en nauwkeurige ambachtelijke arbeid.
De oprichter was gedreven door het ideaal om instrumenten te bouwen die niet alleen functioneel, maar ook expressief waren – piano’s die de pianist hielpen om een persoonlijke klankkleur te vormen. Zijn filosofie sloot nauw aan bij de Romantische muziek van de negentiende eeuw, waarin expressieve rijkdom centraal stond.
Dankzij toewijding en vakmanschap groeide de kleine werkplaats gestaag uit tot een onderneming met internationale bekendheid. Tegen het einde van de 19e eeuw werden de piano’s van August Förster geëxporteerd naar tal van Europese landen, en zelfs naar de Verenigde Staten.
Het familiebedrijf bleef in handen van opeenvolgende generaties, die telkens hun eigen accenten legden maar de basiswaarden trouw bleven: degelijkheid, warmte en ambacht. Daarmee legde August Förster een fundament dat, ondanks oorlogen en politieke veranderingen in Duitsland, tot op de dag van vandaag overeind staat.