Oorsprong en oprichting van Broadwood & Sons
De wortels van de firma liggen bij de Zwitserse immigrant Burkat Shudi (oorspronkelijk Burkhardt Tschudi), een gerenommeerd klavecimbelbouwer die zich in 1728 in Londen vestigde. Shudi was een meester in zijn vak en leverde instrumenten aan de hoogste kringen, waaronder Frederik de Grote van Pruisen. De eigenlijke geschiedenis van Broadwood begint echter in 1761, toen de Schotse meubelmaker John Broadwood in dienst trad bij Shudi. Broadwood bleek niet alleen een vakman te zijn, maar ook een visionair ontwerper en strateeg. Na zijn huwelijk met Shudi’s dochter, Barbara, werd hij in 1770 partner in het bedrijf.
John Broadwood was de drijvende kracht achter de verschuiving van klavecimbels naar piano’s. Terwijl Shudi de traditionele ambacht vertegenwoordigde, paste Broadwood wetenschappelijke principes toe op de pianobouw. Hij werkte samen met natuurkundigen en ingenieurs om de akoestiek van de zangbodem en de spanning van de snaren te optimaliseren. Zijn filosofie was gestoeld op duurzaamheid en klankprojectie, wat leidde tot de ontwikkeling van de ‘English Grand Action’. Na de dood van Shudi in 1773 nam Broadwood de volledige leiding over en in 1795 werd de firmanaam officieel John Broadwood & Sons, nadat zijn zoon James Shudi Broadwood tot het bedrijf was toegetreden. Het bedrijf opereerde decennialang vanuit de beroemde werkplaatsen aan Great Pulteney Street in Londen, waar het uitgroeide tot de grootste en machtigste pianofabriek van de 19e eeuw.